Leven & Meer (voorheen wandelen & meer)

Blog van Mirjam over stilte, geloven, kwetsbaarheid, pijn, dankbaarheid en bewust genieten van de kleine dingen in het leven.


1 reactie

Geloof & Geloofsbeleving

Column 6 Kerkblad Samenspraak

 

En toen was er jaren geleden mijn geloof, maar nog geen kerk/geloofsbeleving. Ik bezocht met mijn “schone” moeder verschillende kerken & geloofsbelevingen. Iemand aldaar zei tegen mij: Bent u dan niet kerkelijk?

Is dat überhaupt een werkwoord??

Ik voelde mij indertijd nogal kwetsbaar in die zoektocht. Maar hoe meer ik erover nadacht hoe geïrriteerder ik werd. Ik ben toch gelovig?

Het naar een kerk gaan heeft wat mij betreft met geloofsbeleving te maken en gemeenschapszin? Het samen beleven met gelijkgestemden?

Ik ging erover in gesprek met iedereen die maar wilde en dat waren er veel. Ik herinner mij een mening nog heel goed. Die persoon zei: Het is net als lid zijn van de volleybal. Je verplicht je ergens toe. Je traint door de week en je speelt een wedstrijd op Zaterdag en dan moet je er gewoon staan samen met je team. Een duidelijke uitleg voor mij die toen nog een tamelijk onervaren christen was. Kerkgang was belangrijk voor deze persoon. Al vond ik het wel zwart/wit, en later zelfs wat conservatief. Je bent toch “lid” van God? Ik zag dat mijn beste vriend in zijn jeugd met het heen moeten best een probleem had. Dat moeten (soms zonder beleven) kan ook wel eens tegen je werken.

Ik heb gemerkt in de jaren dat ik nu geloof, dat het contact met God op vele manieren te ervaren, te beleven valt.

Wat ik regelmatig hoor van mensen die verbonden zijn (geweest) aan een kerk dat het word opgemerkt als een gemeentelid niet kwam. En daar werden “ze” bij tijd en wijle door mensen ook op aangesproken. Vaak niet in de zin van we hebben je gemist. Meer van waar was je?? Een soort van verantwoordende vorm. Soms een veroordelende en roddelende vorm. Ik kan nou niet echt zeggen dat mensen zich daar welkom door voelden.

Als je niet in de kerk komt kan je immers ook ergens anders naar de kerk gaan? Of je bent ziek. Of je werkt. Of je gaat iets thuis op de buis zien. Of je gaat naar een klooster. Of een vroege zondagochtendwandeling maken in de schepping alleen of met iemand die dat heel erg nodig heeft. Of je leest thuis een verhaal met de kinderen uit de bijbel. Of je gaat die week al naar een gesprekskring. Of gewoon uitslapen omdat jij dat nodig hebt. Of niet zo goed durven omdat je alweer alleen moet.

Voor een groot aantal van ons geeft de veiligheid van een eigen gemeente rust. De gemeenschapszin. De verplichting positief gezien. Het samen beleven. Ons kent ons. Ik vindt het ook in de eigen Protestantse gemeente en kerk maar ernaast zoek ik naar andere manieren om met God in contact te komen.

Laten we samen soms afwijken van het zwart/witte, niet zo gefocust op moeten, het gewone. Elkaar gewoon welkom heten. Wat leuk dat je er vandaag bent. Hoe gaat het met je? Een gesprek aangaan. Hoe beleef jij eigenlijk jou geloof?


Een reactie plaatsen

Het zijn de kleine dingen die het ‘m doen

Column 5 Kerk blad Samenspraak

Ik heb er vorig jaar Maart op mijn website al eens een blog over geschreven. Door welke dingen voel ik me nou echt gelukkig en dankbaar?

Deze column is daarop geïnspireerd en op het boek van Ann Voskamp, Duizendmaal dank. Hoe vinden we vreugde, zo vroeg Ann zich af, te midden van tijdsdruk en alles wat elke dag weer misloopt? Hoe ziet een dankbaar leven er eigenlijk uit als de dagen zich aaneenrijgen en alles donker is? Wat heeft God ons vandaag te bieden? Hoeveel mooie ogenblikken hebben we al niet gemist?

Ze besloot haar “dankpunten” op te schrijven tot ze er duizend had. Ik heb al heel wat jaartjes een positieve “dingen” schrift. Ik probeer (nog steeds) op te schrijven waar ik nou echt een positief gevoel van krijg. Ten tijde van negatieve of verdrietige tijden, pak ik dat schrift erbij en daar heb ik steun aan. In de praktijk blijkt dat bewust kijken naar veelal kleine dingen mij al veel dankbaarheid en rust heeft opgeleverd.

Als klein meisje had ik een poëziealbum. Een vriendinnetje van mij schreef er een gedichtje in, waar ik nu ik volwassen ben vaak aan terug moet denken.

Wees bevriend met kleine dingen,

Met een mooie bloem die bloeit,

Met de vogeltjes die zingen,

Met het vlindertje dat stoeit,

Met de held’re regendruppels,

Met de blijde zonneschijn,

Wees bevriend met kleine dingen,

Dan zul je gelukkig zijn.

Dat kleine 5-jarige vriendinnetje wist op dat moment natuurlijk niet dat het in mijn leven zo’n belangrijke rol zou spelen. Dat ik God vind in die kleine ogenblikken. Dat ik ervan ben gaan houden om af en toe wat te vertragen, stil te staan en bewust te kijken. Ondanks dat mijn leven soms al heel zwart heeft aangevoelt, ontspringt er toch vreugde, 1 dankzegging per dag, 1 klein zaadje dat kan uitgroeien tot een prachtig wonder.

Om u/jou een idee te geven heb ik wat geluksmomentjes op een rijtje gezet.

* Glaasje prosecco om 16 uur ‘s middags. * Een nieuw recept uit proberen. *Ondergaande zon. *Geur van pas gekapt hout. *Als ik nachtdienst heb gehad en weet dat ik zo naar bed mag. *1e ijsje in de lente. *Slappe lach. *Tegen mijn man aanliggen. *Bij de kinderen kijken als ze slapen. *Gezang 487 *Vroeg op bed met een goed boek. *Een gedicht dat me raakt. *Klassieke muziek. *Wandelen met mijn hondenvriend. *Een goed gesprek. *1e kop koffie van de dag. *In een tent liggen als het regent. *Kerstboom optuigen. *Kaarsen aansteken. *Stilte. *Niet eenzaam zijn. *Onverwachts een kaartje/berichtje krijgen van iemand. *Pelgrimeren met mijn moeder. *Verse broodjes uit de oven. *Rode roos in de vensterbak. *Vorstbloemen op een raam. *Psalm 139

Het is het al dagen zonnig. Hemelse warmte. Er staat een glas prosecco naast me. Ik heb net koffie gedronken en gewandeld in het bos met een vriendin die heel waardevol voor me is en om het nog mooier te maken, zagen we 2 reeën. Een moeder en kind. Het is een goede dag. Zoals gezegd, God is te vinden in kleine dingen.

Instagram: levenenmeer


Een reactie plaatsen

Geven & ontvangen

Column 4 Kerkblad Samenspraak

Gelijk maar recht voor zijn raap. Bent u een goede gever of een goede ontvanger?

Een tijdje geleden deed ik een test in een blad. “Test uw vrijgevigheid” stond erboven vermeld. De uitkomst ervan (beetje arbitrair natuurlijk) stemde me in eerste instantie wel positief. Ik werd als een gevende ontvanger aangemerkt. Ik had me, van tevoren niet gerealiseerd dat, dat ook mogelijk was. Volgens de uitslag van de test schakel ik moeiteloos tussen beide kwaliteiten en ben ik een rijk mens.

Ik denk vervolgens bij een kop koffie na over hoe dat zit met geven & ontvangen. De een kan simpelweg niet zonder de ander. Volgens mezelf schakel ik helemaal niet zo moeiteloos tussen beide.

Wat vrij vlot in me opkomt zijn de verjaardagen en de momenten dat je letterlijk een cadeau/kleinigheid geeft of krijgt. Ik vind het belangrijk om een cadeau te geven waarvan ik weet dat een ander er echt blij mee is. Ik wil het met zorg uitzoeken. Echter geeft dat dan meteen een stukje superioriteit/ego weer. Want ik vind dan natuurlijk dat ‘ze’ dat ook bij mij zo moeten doen. Iets moet in mijn beleving niet te duur zijn (dan krijg je onbalans) en er moet op zijn minst ook wel nagedacht zijn over wat ik leuk vind, dus niet met het zoveelste waxinelichtje in een vreselijke kleur aankomen (je weet inmiddels toch al jaren dat ik van blauw hou?) of een lelijke vaas of stinkend zeperig luchtje. Zonde van het geld! Ik ben me ervan bewust dat ik mezelf niet heel positief afschilder. Of zal ik zeggen, ik schilder mezelf menselijk af.

Er zijn natuurlijk meer mensen die moeite hebben met geven of ontvangen. Zijn we attent, hoor je een ander zeggen: “Dat had je nou niet moeten doen”. En wat vind u dan van de op een uitnodiging afgebeelde kadotip: het envelopje? Je krijgt wel eens een uitnodiging voor een feest van mensen die letterlijk rijk zijn. Tot mijn verbazing staat er op de uitnodiging toch weer dat envelopje. Er bekruipt me het gevoel dat ik mee betaal aan het feest en vervolgens blijf ik zitten met het dilemma over de hoeveelheid geld wat ik dan in de envelop zou moeten doen. Kunnen we nou geen feesten geven zonder er wat voor terug te vragen? Ook hier schilder ik mezelf menselijk af. Ik beoordeel hun natuurlijk m.b.t. hun rijkdom. Dit terwijl ik eigenlijk niet in hun knip kan kijken, maar toch. Is het een idee om aan te geven aan welk goed doel ze het geven? Of duidelijk maken dat ze ‘sparen’ voor een bepaald cadeau? Misschien wordt het echter juist bij grote financiële rijkdom nog moeilijker om te geven en te ontvangen?

Hulp geven en vooral het ontvangen kan ook zoiets moeilijks zijn. Sinds ik zo met mijn rug zit te tobben heb ik meer hulp van anderen nodig dan voorheen. Ik voel me daar af en toe heel ongemakkelijk, gefrustreerd en afhankelijk over. Terwijl ik in mijn privéleven en mijn beroep als verpleegkundige het heerlijk vind om voor een ander te zorgen. Niet uit macht, maar gewoon omdat ik iets voor een ander kan doen en het vaak een verrijking voor mij is. Het hulp ontvangen gaat me niet makkelijk af. Ik heb soms ook het gevoel dat het zo op de weegschaal moet allemaal.

Terwijl ik peins en deze column schrijf friemel ik onbewust aan mijn ketting. Er hangt een gouden kruisje aan die ik gekregen heb van mijn man voor een verjaardag. Ik doe hem elk jaar om tijdens de 40 dagen tijd. Het kruisje herinnert mij eraan dat God zelf ons een heel groot cadeau heeft gegeven. Zijn zoon. Het kruis symboliseert het lijden, de verzoening, maar vooral de verlossing. Eén van de mooiste geschenken die ik ooit heb gekregen.